u bent hier

Landbouwmonitoring

Monitoring effecten op landbouwgronden

Sinds najaar 2008 wordt stapsgewijs het nieuwe winterpeil in het Veerse Meer gerealiseerd. In het najaar van 2011 wordt de laatste stap gezet naar het definitieve winterpeil. Voorafgaand aan de winterpeilverhoging is in 2006 het monitoringsplan Monitoring grondwaterstanden in landbouwpercelen opgesteld. Dit gebeurde in samenwerking met de werkgroep Landbouw.

Afgesproken is dat Provincie Zeeland vier zaken monitort:

  1. Ondiep grondwater: op negen strategische locaties en drie referentielocaties zijn telkens twee peilbuizen geplaatst. Iedere peilbuis heeft twee filters. Eén op de diepte net onder drainniveau en één net boven drainniveau. In de peilbuizen zijn dataloggers geplaatst welke ieder uur de stijghoogte en het zoutgehalte geleidbaarheid van het grondwater meten. De geleidbaarheid is een maat voor het zoutgehalte.
  2. Diep grondwater: voor het meten van stijghoogten in het diepere watervoerende pakket, worden peilbuizen uit het bestaande meetnet gebruikt. Omdat de stijghoogte hier redelijk constant is, wordt volstaan met tweewekelijkse handmatige metingen. Van dit diepere grondwater wordt ook het zoutgehalte in beeld gebracht.
  3. Opbrengstderving landbouwgewassen: op gevoelige percelen wordt jaarlijks de groei van de gewassen bekeken. In de eerste helft van mei wordt hiervoor de uitgangssituatie vastgesteld. Het vaststellen van de opbrengstderving volgt in de tweede helft van juli en wordt uitgevoerd door een schadecommissie. De opbrengstderving kan zowel door klimatologische omstandigheden (neerslag, temperatuur enzovoorts.) als door hydrologische omstandigheden (verzilting, vernatting) veroorzaakt worden.
  4. Zoetwaterbel: de zoetwaterbel rondom het Vliegveld Midden Zeeland is van groot belang voor de landbouw op die plekken. Zoetwaterbellen ontstaan in (wat) hoger gelegen zandige gebieden waar regenwater goed kan infiltreren. Het zoete water drijft daar als het ware op het zoute water in de ondergrond. Zoet water wordt aan de bel onttrokken voor beregening. De verwachting is dat de bel niet dunner zal worden als gevolg van de winterpeilverhoging. Wel is afgesproken om de omvang van de bel te monitoren.

    De afgelopen jaren is de dikte van de bel door middel van sonderingen in kaart gebracht. De komende jaren wordt de dikte gemeten in de periode direct voorafgaand aan de peilopzet naar het zomerpeil, dus in de tweede helft van maart. Jaarlijks wordt in augustus met betrokkenen overlegd of het zin heeft om ook nog een najaarsmeting te doen. Dit besluit hangt af van het neerslagverloop in de voorafgaande periode.
 
Uw mening

Heeft u een mening over het onderwerp op deze pagina? Klik hieronder op de knop 'Uw mening over dit onderwerp' om zelf een mening achter te laten. Raadpleeg voor meer informatie de spelregels voor het plaatsen van meningen.

Uw mening over dit onderwerp

 

Om deze extra content goed weer te geven, kunt u de benodigde Flash Plugin downloaden.

Delen
Rapportages monitoring
Achtergrondinformatie