Het Kabinet heeft in 2002 besloten om nieuwe wet- en regelgeving te maken voor regionale en kleine burgerluchthavens en militaire luchthavens. Het wetsvoorstel Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens (RBML) zal per 1 november 2009 ingaan en bevat de volgende onderwerpen:
Uitgangspunt van het kabinet is dat provincies het bevoegde gezag worden voor alle burgerluchthavens in Nederland, met uitzondering van Schiphol, Rotterdam, Maastricht, Eelde en Lelystad. De keuze voor decentralisatie vloeit voort uit de visie van dit kabinet om decentraal te regelen wat kan en centraal wat moet.
De lusten en lasten van regionale luchthavens slaan overwegend neer in de regio. In de huidige situatie krijgen regionale beleidsdoelen niet altijd voldoende aandacht. Het kabinet is van mening dat een integrale afweging van alle lokale en regionale belangen noodzakelijk is en dat deze moet plaatsvinden waar de lusten en lasten worden gevoeld: op regionaal niveau.
Door luchthavens van regionale betekenis te decentraliseren naar de provincie kan de provincie zijn rol als gebiedsregisseur beter waarmaken. Denk daarbij aan taken op het gebied van ruimtelijke ordening, mobiliteit, regionale economie en inrichting van landelijk gebied. De provincie is nu al verantwoordelijk voor de inpassing van de luchthaven in de wijdere omgeving. Het ligt dan ook voor de hand dat provincies de bevoegdheid over de ruimte van de luchthavens krijgen toebedeeld. Afhankelijk van de 'vergunning' die een luchthaven nu heeft zijn de provincies verplicht om binnen één, twee of vijf jaar voor alle luchthavens in de provincie nieuwe besluiten te nemen.
Met de decentralisatie krijgt de provincie de bevoegdheid te besluiten over de milieuruimte van een luchthaven en de ruimtelijke gevolgen daarvan. Het Rijk stelt wel randvoorwaarden op grond van milieu- en externe veiligheidsoverwegingen waar de provincie rekening mee moet houden in hun besluiten. Deze randvoorwaarden worden vastgelegd in het Besluit burgerluchthavens (een AMvB).
Niet alle bevoegdheden worden gedecentraliseerd. Zo blijft het Rijk verantwoordelijk voor het luchtruim, de interne veiligheid en de beveiliging van luchthavens. Deze onderwerpen vereisen bij uitstek uniforme (al dan niet internationaal bepaalde) regelgeving en lenen zich daarom niet voor decentralisatie.
(Bron: Ministerie van Verkeer en Waterstaat)
Heeft u vragen over luchtvaart en de bevoegdheden van de Provincie Zeeland neem dan contact op met dhr. B. Maring, telefoonnummer (0118) 631953. U kunt tevens uitgebreide informatie vinden op de websites van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
Heeft u een mening over het onderwerp op deze pagina? Klik hieronder op de knop 'Uw mening over dit onderwerp' om zelf een mening achter te laten. Raadpleeg voor meer informatie de spelregels voor het plaatsen van meningen.
Om deze extra content goed weer te geven, kunt u de benodigdge FLASH Plugin downloaden.
© Alle rechten voorbehouden
Privacy | Colofon | Emailgedragslijn