De Westerschelde is in de loop der jaren steeds verder verdiept en versmald. In plaats van een uniek meergeulenstelsel dreigt het één diepe geul te worden. Bepaalde natuurlijke habitats (slikken, schorren) staan onder grote druk.

Dit moet hersteld worden wil de Westerschelde als estuarium van Europese betekenis behouden blijven. Dat kan door meer ruimte te geven aan de rivier (ontpolderingsplannen) in combinatie met slimme maatregelen om bepaalde habitats te versterken (buitendijkse maatregelen). Samen moet dat in Nederland ca. 600 ha. natuurherstel opleveren in samenhang met maatregelen voor de toegankelijkheid en veiligheid. Dat is in een verdrag met Vlaanderen afgesproken.
Provincie Zeeland heeft op vraag van het Rijk de uitvoeringstaak op zich genomen.
De projecten vinden plaats in het Middengebied, hieronder vallen de projecten buitendijks, Perkpolder en Waterdunen, aansluitend op natuurgebied het Zwin en het gebied Hedwigepolder (naast het land van Saeftinghe)
De Provincie Zeeland nam in 2005 de taak op zich om de besluitvorming voor te bereiden voor 600 hectare nieuwe estuariene natuur langs de Westerschelde. Voor deze 600 hectare zijn twee grensoverschrijdende projecten aangewezen door het Rijk, namelijk de uitbreiding van het Zwin (ca.10 ha) en de ontwikkeling van de Hertogin Hedwigepolder. (ca.295 hectare) Voor de overige ca. 300 ha zou de provincie geschikte locaties zoeken. Deze opgave is vastgelegd in de zgn. Scheldeverdragen () en in een convenant tussen Rijk en Provincie Zeeland () . Deze opgave maakt deel uit van een geïntegreerd pakket maatregelen ter verbetering van de toegankelijkheid, de veiligheid en natuurlijkheid van de Westerschelde.
Uitbreiding van het Zwin vindt voornamelijk plaats op Vlaams grondgebied en betreft uitbreiding van het bestaande natuurgebied. Voor Nederland gaat het om minimaal 10 ha. Ontpolderingsplannen van de Hertogin Hedwigepolder hebben geleid tot een jarenlange discussie, tal van onderzoeken naar alternatieven en wisselende besluiten om wel of niet te ontpolderen. Ten lange leste heeft Kabinet Rutte П in het najaar 2012 besloten toch te ontpolderen.
Tussen 2006 en 2008 voerde de Provincie onderzoek uit naar mogelijke projecten voor het zogenaamde Middengebied tussen Zwin en Hedwige. Deze onderzoeken resulteerde in het voorstel om het natuurherstel voor het Middengebied te realiseren binnen de projecten Waterdunen en Perkpolder en door middel van buitendijkse maatregelen in de Westerschelde m.b.v. aanleg van strekdammen.
Om al deze projecten te realiseren, zijn verschillende besluitvormingstrajecten en vergunningprocedures nodig. De Provincie Zeeland bereidt deze besluitvormingstrajecten voor. De minister van Economische Zaken is samen met de minister van Infrastructuur en Milieu het bevoegde gezag voor wat betreft de grensoverschrijdende projecten. Omdat ontpoldering gepaard gaat met aanzienlijk verlies aan landbouwgrond is voor de compensatie een budget beschikbaar van 13 miljoen voor landbouw flankerende maatregelen gericht op versterking van de branche. Bijdragen worden toegekend door de provincie in overleg met de ZLTO.
Heeft u een mening over het onderwerp op deze pagina? Klik hieronder op de knop 'Uw mening over dit onderwerp' om zelf een mening achter te laten. Raadpleeg voor meer informatie de spelregels voor het plaatsen van meningen.
Om deze extra content goed weer te geven, kunt u de benodigde Flash Plugin downloaden.
© Alle rechten voorbehouden
Privacy | Colofon | Emailgedragslijn